Ik weet het nog goed. Het was zo’n middag die begon als alle andere, tot ik gevraagd werd aan te sluiten bij een overleg dat alles zou veranderen. Er werd een lijst over de tafel geschoven. Geen actielijst of een projectplanning, maar een lijst met namen. Elf namen, om precies te zijn. Elf mensen, elf levens, elf carrières.
“Deze elf personen mogen vertrekken. Kan jij dat even regelen?”
Het werd gebracht als een zakelijke noodzakelijkheid. De organisatie moest ‘gezond’ worden gemaakt. Je kent het jargon wel: een reorganisatie, een efficiëntieslag, een herpositionering. Woorden die de harde realiteit van ontslag moeten verzachten, maar die bij de ontvanger altijd als een baksteen door de ruit vliegen.
De boodschapper van het slechte nieuws
Ondanks dat ik destijds niet aan tafel zat toen het besluit werd genomen, was ik wel degene die de boodschap mocht overbrengen. “Dat kan jij toch zo goed op een menselijke manier?” werd er gezegd. Een compliment dat op dat moment voelde als een vergiftigd geschenk. Want hoe breng je zoiets menselijk als de beslissing zelf puur cijfermatig is genomen?
Ik wist direct: dit valt niet mooier te maken dan het is. Geen enkele gepolijste zin of empathische blik verandert het feit dat deze mensen hun baan verliezen. Ik wilde recht doen aan alle kanten. Loyaal blijven aan de organisatie die de koers bepaalde, maar bovenal integer blijven naar de mensen die voor me zaten. Mensen die ik vaak al jaren kende, van wie ik de thuissituatie kende en hun inzet had gezien.
De grens van loyaliteit
Die spagaat begon te schuren, en niet zo’n klein beetje ook. Wanneer je probeert de menselijke maat te bewaken in een proces dat gedreven wordt door kille targets, ontstaat er wrijving. In mijn geval leidde die wrijving tot een explosie. Ik vergeet het nooit meer: de directeur die midden in het pand tegen me begon te schreeuwen. De muren waren dun, de emoties hoog. Iedereen kon het horen.
Toen ik daarna aangaf dat de grens bereikt was en ik even tijd nodig had om op adem te komen, werd dat niet beantwoord met begrip, maar met een huisbezoek van de arbodienst. Het contrast was pijnlijk: ik mocht wel de boodschap brengen en de klappen incasseren voor de organisatie, maar toen ik zelf steun nodig had, werd mijn integriteit volledig in twijfel getrokken.
HR in het midden
Het is een positie die voor veel HR-professionals pijnlijk herkenbaar is. Je bent het gezicht van een besluit waar je zelf niet achter staat, of waar je in ieder geval de uitvoering ervan moreel ziet wringen. Dat is de essentie van ‘HR in het midden’. Je staat op een eiland tussen de directiekamer en de werkvloer, en die plek is zelden comfortabel.
Toch blijf je staan. Omdat je gelooft dat de manier wáárop we afscheid nemen net zo belangrijk is als de reden waarom. Je blijft mens, ook als de omgeving om je heen verhardt.
Je hoeft het niet alleen te dragen
Waar veel HR-professionals in dit soort crisistijden nog harder gaan rennen, zichzelf wegcijferen en de emotionele last van de hele organisatie op hun schouders nemen, heb ik een harde les geleerd: je hoeft de organisatie niet in je eentje te dragen. Sterker nog, dat kún je niet.
De grootste kracht zit niet in het verbloemen van de pijn, maar in de eerlijkheid. Kijk de mensen aan en zeg wat er is. Erken dat het schuurt. Wees eerlijk over de onmacht. Dat is voor mij altijd het krachtigste instrument geweest. Het maakt de boodschap niet leuker, maar het houdt je eigen rug recht en je hart zuiver.
Zit jij op dit moment in zo’n situatie? Voel je de druk van boven en het verdriet van onderen aan je trekken? Blijf er niet mee rondlopen tot je opbrandt. Plan een impact sessie met me in, dan kijk ik met je mee. Je bent het gezicht van het beleid, maar je hoeft niet de bliksemafleider van de hele organisatie te zijn.
Je staat er niet meer alleen voor.
Liefs, Hedwig